Een sinterklaasgedicht schrijven: opbouw, rijm en toon

In het kort

Een sinterklaasgedicht schrijf je namens de Sint. Begin met wat Sint over de ontvanger weet, plaag hem of haar in het midden met iets uit dit jaar, en eindig met een hint naar het cadeau. Rijm per twee regels, lees het hardop en schrap wat kwetst.

Een sinterklaasgedicht schrijf je in drie delen. Je begint met de Sint die iets over de ontvanger heeft gehoord, je plaagt in het midden met iets uit diens jaar, en je eindigt met een hint naar het cadeau of de surprise. Je rijmt per twee regels, zoals stad op pad en zee op mee. Zes tot twaalf regels is genoeg. Lees het daarna hardop: wat hapert, schrijf je om.

Waarom we elkaar rijmend plagen

Een gedicht bij een cadeau is een Nederlandse gewoonte, maar jonger dan je misschien denkt. Frits Booy, toen bestuurslid van het Nationaal Sint Nicolaas Comité, schreef in 2003 in het tijdschrift Literatuur dat volwassenen vóór ongeveer 1900 niet meededen aan het sinterklaasfeest. Het oudst bekende gedicht van “Sinterklaas” staat in een verhaal uit 1810. In de twintigste eeuw gingen steeds meer volwassenen meedoen, en vooral na 1945 werden gedichten met een zoekopdracht, een omschrijving van het cadeau of plagende kritiek heel gewoon.

Het grote verschil met vroeger, volgens Booy: de verzen komen nu van Sinterklaas of van Piet, niet van de gever. Juist doordat je je achter de Sint kunt verstoppen, durf je dingen te zeggen die je anders niet zou zeggen. Dat maakt het leuk, en daarom moet je er ook zorgvuldig mee omgaan.

De opbouw van een sinterklaasgedicht

Het begin

De eerste twee of vier regels zetten de toon. De Sint kijkt in zijn boek, hoort iets van een Piet of zat eens na te denken. Daarna noem je de naam van de ontvanger. Voorbeelden van openingen die je zelf kunt aanvullen:

  • Sint zat te bladeren in zijn boek, / en ging naar [naam] eens op zoek.
  • Piet kwam bij de Sint met een stapel papier: / “Over [naam] staat er dit jaar heel veel hier.”

Kies eerst het rijmwoord en bouw de zin ernaartoe. Wie eerst een mooie zin schrijft en pas daarna een rijmwoord zoekt, loopt vast.

Het midden

Hier zit de inhoud. Kies één of twee dingen uit het jaar van de ontvanger: een nieuwe hobby, een verhuizing, een gewoonte, iets wat misging en waar hij of zij zelf om kan lachen. Vertel het als een klein verhaal. Hoe concreter, hoe beter. “Je bent vaak te laat” is zwak. “Je kwam bij de bruiloft binnen tijdens het slotlied” is een gedicht.

Het einde

Het slot doet een van drie dingen:

  • Een hint naar het cadeau. “Dus pakt de Sint het nu eens anders aan, / en geeft je iets waarmee je op tijd kunt gaan.”
  • Een zoekopdracht. Het cadeau ligt ergens anders, en het gedicht zegt waar: “Kijk eens onder het kussen van de bank.”
  • Een warme afsluiter. Na het plagen een regel die laat merken dat het goed bedoeld is.

Onderteken met “Sint en Piet” of alleen “Sint”. Het gedicht komt van hen, niet van jou.

Rijm en ritme

De makkelijkste vorm is gepaard rijm: regel 1 rijmt op regel 2, regel 3 op regel 4. Dat heet ook wel aabb. Je hoeft niet te tellen, maar het moet lekker lopen als je het voorleest. Lees elke twee regels hardop. Struikel je, dan is een regel te lang of ligt de klemtoon verkeerd.

Een paar vuistregels:

  • Rijm op de lettergreep met de klemtoon. “Dingen” rijmt op “zingen”, maar op “wandelingen” klinkt het zwak, want daar valt de klemtoon op “wan”.
  • Gebruik geen omgekeerde zinnen om het rijm te redden. “Naar de winkel hij ging” klinkt geforceerd. Zoek liever een ander rijmwoord.
  • Houd de regels ongeveer even lang. Eén veel langere regel valt op.
  • Twee keer hetzelfde woord is geen rijm. “Weg” op “onderweg” voelt als smokkelen.

Sinterklaas rijmwoorden

Begin bij het woord dat je per se wilt gebruiken, en loop het alfabet af om rijmwoorden te vinden. Voor “pak” probeer je bak, dak, gemak, lak, tak, vak, zak. Een paar woorden die vaak terugkomen in sinterklaasgedichten, met rijmwoorden erbij:

  • Sint: kind, vindt, wind, lint, begint, bemind
  • Piet: niet, ziet, lied, gebied, geniet
  • cadeau: zo, bureau, niveau, plateau, hallo
  • gedicht: licht, dicht, zicht, plicht, bericht, gezicht
  • jaar: klaar, waar, maar, elkaar, haar, gevaar
  • schoen: doen, zoen, groen, toen, seizoen
  • pakje: zakje, takje, bakje, plakje, dakje

Een rijmwoordenboek helpt ook. Volgens Booy verschenen er vanaf ongeveer 1940 handleidingen en rijmwoordenboeken voor sinterklaasdichters, en stonden er ooit sneldichters in warenhuizen. Hulp zoeken bij het dichten is dus al heel lang normaal.

Een sinterklaasgedicht met een AI-chatbot

Een AI-chatbot kan rijmwoorden voorstellen of in een paar seconden een eerste versie maken. Dat is handig als je vastzit. Maar een gedicht dat iedereen had kunnen krijgen, valt plat. Zo maak je het persoonlijk:

  1. Vraag om rijmwoorden of een opzet, niet om een eindversie.
  2. Schrijf zelf het midden, met één echt voorval uit het jaar van de ontvanger. Dat kan een chatbot niet weten.
  3. Haal clichés en algemene grappen eruit.
  4. Lees het hardop en verander wat niet klinkt als jullie groep.
  5. Zet er geen persoonlijke gegevens van anderen in, zoals een adres of iets wat iemand in vertrouwen vertelde.

Sinterklaasgedicht voorbeeld

Twee voorbeelden, geschreven door de redactie, over verzonnen mensen. Gebruik ze als vorm, niet om over te nemen: het moet over jouw ontvanger gaan.

Kort, voor iemand die kookt maar niet opruimt:

Sinterklaas zat te denken: wat geef ik aan Daan?
Hij kookt elke avond, maar laat alles staan.
De pannen, de borden, de lepels, het mes:
dit pakje is voor hem een kleine opruimles.

Sint en Piet

Langer, voor iemand die is gaan hardlopen:

Sint las in zijn boek, met zijn bril op zijn neus,
over Noor en haar nieuwe, sportieve keus.
Ze rent nu drie keer in de week door de stad,
maar komt nooit terug langs hetzelfde pad.
Ze vertrekt bij het park en ze eindigt bij zee,
haar telefoon met de kaart neemt ze nooit mee.
Daarom geeft de Sint haar dit pakje cadeau:
nu vindt ze de weg terug, en sneller ook zo.

Sint en Piet

Plagen mag, kwetsen niet

Een goed gedicht laat de ontvanger lachen om zichzelf. Grappen over gewicht, uiterlijk, geld of iets waar iemand het moeilijk mee had, horen er niet in, ook niet “als grapje”. Denk aan wie er in de kamer zit: familie, collega’s, nieuwe partners. Wat in een appje tussen twee vrienden grappig is, kan hardop voorgelezen anders vallen.

Voorlezen

Spreek af wie voorleest: de ontvanger zelf, of iemand anders uit de groep. Een gedicht van twaalf regels duurt hardop al snel een minuut. Met tien mensen is dat een kwartier gedichten, dus houd het kort als jullie ook nog spelletjes willen doen. Hoort het gedicht bij een surprise, maak het dan stevig vast. Ideeën voor de surprise zelf staan in een surprise maken.

Checklist

  • Eén of twee concrete dingen uit het jaar van de ontvanger gekozen
  • Begin, midden en eind
  • Gepaard rijm, hardop gelezen
  • Geen grappen over gewicht, uiterlijk, geld of moeilijke tijden
  • Hint naar het cadeau of een zoekopdracht
  • Ondertekend met Sint en Piet
  • Leesbaar geschreven of geprint

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet een sinterklaasgedicht zijn?

Er is geen vaste lengte. Zes tot twaalf regels is genoeg voor de meeste cadeaus. Langer mag, als het verhaal het waard is.

Moet een sinterklaasgedicht rijmen?

Rijm hoort erbij, en het maakt het grappiger om voor te lezen. Een regel waarin het rijm net niet lukt, mag je zelf als grap gebruiken: “Dit rijmt niet, maar de Sint had haast vandaag.”

Hoe eindig je een sinterklaasgedicht?

Met een hint naar het cadeau, een zoekopdracht of een warme slotregel, en daaronder “Sint en Piet”.

Mag ik een gedicht van internet gebruiken?

Het mag, maar het valt op. Gebruik het hooguit als vorm, en vul het midden zelf in met iets wat alleen over de ontvanger gaat.

Bronnen

Trek de lootjes voor jullie avond

Namen erin, uitzonderingen erbij, en iedereen krijgt een eigen link. Er wordt niets opgeslagen of verstuurd.

Open de lootjestool